REPORT 114/06121998
HEAD NURSE
© HEADNURSE
EUROPA

In de Renaissance, in Europa, was meetkunde een kunst en was een kunstenaar ook een wiskundige. Beiden hielden zich bezig met het meten van de werkelijkheid. Met hun verstand. In de 15de eeuw waren de perspectiefschilders de leidende wiskundigen van hun tijd. De hoogbloei van de alchemie vond plaats tijdens een nieuwe golf van sexuele bevrijding. De erotisering van de vrouwelijke borst was algemeen in een periode waarin de mens de maat werd van alle dingen in plaats van God.
Tijdens de Barok, nadat Galileo reeds gedurende jaren zijn telescoop naar de sterren richtte, werd hij veroordeeld omdat de filosoof in zijn overmoed dingen beweerde die nog niet echt bewezen konden worden. Het verstand stond vóór op werkelijkheid, men leerde op een wiskundige wijze over beweging denken.
Wanneer geocentrisme naar heliocentrisme evolueert wordt het gebruik van de borst stilaan door mannen opge-eist, ze wordt politiek. Op het moment dat in de hoofden van de mensen de aarde ophoudt middelpunt te zijn, wanneer het idee van bezieling vervangen wordt door de meer mechanistische denkbeelden over leven, wordt het idee van de vrouwelijke wereldziel uitgeschakeld.
In het begin van de 17de eeuw werd vrouwelijke kracht, zowel in de natuur als in de samenleving, door vele gezagsdragers, geestelijken en opkomende wetenschappers beschouwd als iets dat onschadelijk moest gemaakt worden. Het mechanistische wereldbeeld verenigt in zich een tendens naar centrale overheidscontrole en de concentratie van macht in handen van beheersbare submachten. Een gevoelsmatige subjectieve betrokkenheid bij de wereld werd vervangen door de illusie dat men via wiskundige weg tot een onthechte en objectieve kennis tot het wezen van onze natuur kon doordringen.
De macht van de Grote Godin, de aarde, wordt overgenomen door die van de onmetelijke aanwezigheid van de cosmos. Het schrikbeeld van die lege cosmos verandert het beeld van de vrouw in een muze die de man op rituele wijze met de natuur blijft verbinden, hem de vergetelheid verschaft die nodig is voor inspiratie en de kortstondige illusie van vrijheid.
Zoals in het vóórchristelijke Europa, maar nu beperkt tot de wereld van de kunsten, wordt de vrouw als muze stilaan uitsluitend zinnebeeld voor het onbekende, voor de angst van en de fascinatie erdoor. (Neo-classicisme, romantiek,...)
Wanneer op het einde van de 19de eeuw, na integratie van weefmachines, sneldrukpers en lokomotief, de omkering van alle waarden zich opdringt ontstaat er een ziekelijke hang naar beelden van amechtigheid, van razernij en oververhitting, van laveloos in zichzelf en in de ander opgaan, van het spel, de leegte en het holle. De halfdode vrouwenbeelden van de symbolisten contrasteren met het heroïsch realisme van voorstellingen uit de arbeidersklasse. Waar degenen met geld sudderen in en voortteren op wat ze bereikt hebben, ontstaat een geéeuml;xalteerde sentimentaliteit ten voordele van de underdog waar de kunstenaar, de intellectueel zich mee associeert.
Het is in deze omstandigheid dat de ervaring zelf onderwerp wordt en het impressionisme de kunst voor de kunst introduceert. De kleur is een verschijnsel van licht en het onderwerp wordt arbitrair.
De experimenten op zoek naar steeds nieuwe mogelijkheden op plastisch gebied gebeurden vóór de eerste wereldoorlog kwasi groepsgewijs. Na 1918 is het gedaan met de vanzelfsprekende samenwerking tussen kunstenaars en wordt kunst politiek, ondersteund door discours. Het beeld heeft woorden nodig, zoals vroeger het beeld maatschappelijke ondersteuning had. Door het woord verwijdert de kunst zich van het leven. Universele waarden verengen zich tot paritaire belangengroepen. De algemene solidariteit kwijnt weg.
De populaire afbeelding van de vrouw degradeert zich onderandere tot verkoophulp: sex verkoopt. Zoals vroeger ideologien verkocht werden aan de hand van vrouwenbeelden worden nu vervoer- en levensmiddelen aan de man gebracht. De pin-up toont de vrouw als onderwerp van verering en begeerte, los van de rest, zonder context, in ideale maten. Nog altijd in associatie met het negatieve, de abstracte lust, de vergetelheid. Ze wordt op bommenwerpers geschilderd om de soldaten te motiveren, de ene machine houdt de andere werkende.
Het ene houdt het andere in evenwicht: naarmate er meer wapens zijn is er een grotere behoefte aan blote vrouwen. Merkwaardig genoeg zijn er systemen te ontwaren achter die afbeeldingen, veel gebaren komen steeds terug, refereren naar afbeeldingen uit de oudheid van de dea nutrix of de venus pudica. Die afbeeldingen gebruik ik als instrumenten om dingen terug te draaien.
Marcuse, de Situationisten en de Feministen beweerden dat indien men de maatschappij wil veranderen, men de betekenis van de woorden veranderen moet. Meer specifiek de mentale beelden die woorden hun betekenis geven.
Wanneer ik intuïtief, subjectief en kwasi arbitrair bepaalde woorden met bepaalde beelden verbindt kan ik op onbekende en onvoorspelbare terreinen terechtkomen. Het is aan mij de woorden en de beelden uit de juiste bronnen te putten. Het samenbrengen gebeurt in functie van een denkrichting, ik blijf werken tot het resultaat me ontglipt, tot het woord de context in een beeld verandert.
(Ondertussen zweren wetenschappers het luminocentrisme af en zoeken ze naar leven in wat wij tot nu toe de leegte noemden.)
6.12.98