Leuven 20 maart 1994

Dag Danny,

Het VPRO programma heb ik niet gezien, de dinsdag heb ik het vergeten en woensdag om één uur kan ik niet zien want net dat uur is het wandeling. Je zit 23 uur op cel en bent blij dat je eens kunt gaan luchten, zoals dat heet. Het is bovendien de enige mogelijkheid om een woordje te praten want we zitten momenteel met niet minder dan zeven man in afzondering en we wandelen samen. Je kan hier evengoed alleen zitten ook natuurlijk, maar er zijn er enkelen gepakt met drugs en die hebben ook drie maand aan hun been.
De afzondering is inderdaad niet meer zoals vroeger, al is het niet in alle gevangenissen hetzelfde natuurlijk, maar hier valt het best mee. Ik heb al ergere momenten meegemaakt, in een betonnen hok, zonder verwarming, zonder matras of dekens, winter zijn, je houdt het niet voor mogelijk dat zo'n dingen bestaan in België.
Nu heb ik hier dus alles, zelfs een schrijfmachientje die ik een tijd terug gekregen heb van die gozer die in Blik stond met zijn boekje die hij geschreven heeft. Toen hij vrij ging liet hij dit ding achter, het durft wel wat haperen, maar daar valt mee te leven hé?
O ja, voor ik het vergeet, bedankt voor de kopie van dat artikel uit De Morgen. Het valt inderdaad mee, ik kom er niet zo slecht uit.
U schrijft dat u het met enkele zaken niet eens bent, zoals de stoom was van de ketel. U moet weten dat Herman mijn proces volgde en ook de jury die mening toegedaan was, ze wilden aanvankelijk nee, antwoorden op de schuldvraag van roofmoord. Enkel door manipulatie hebben ze dan toch maar ja gezegd, ze dachten echter dat het gewoon uit wraak was. Nou ja, gewoon? Zo gewoon is dat uiteraard niet.
U schrijft dat ik op zoek was naar geld, dat was in feite maar bijzaak, ik wou terug was ik kwijt was en overvallen doen, ik had er toch al voor gezeten zonder dat ik het gedaan had. Dus ik 'mocht' dat doen, ik had er op voorhand voor geboet. Bij die eerste moord nam ik tien duizend frank en zocht niet eens verder. Bij de tweede dramatische gebeurtenis vroeg ik niet eens naar geld, ik vroeg eten, gewoon om schrik aan te jagen, naar geld heb ik niet eens gezocht of gevraagd.
Na deze feiten zouden er waarschijnlijk geen nieuwe meer gekomen zijn ook. Na de eerste moord heb ik daar geen minuut aan gedacht achteraf, na het tweede drama was dat echter anders, ik was vol ongeloof dat ik zoiets aangericht had, ik ben de dag nadien zelfs gaan zien of dat wel waar was wat ik voor mijn ogen zag.



Vervolg